Kardinaal Müller: een ander geluid bij het "Misverbod"

13-05-2020

Ludwig kardinaal Müller; een ander geluid bij het “Misverbod”.

In een telefoongesprek met het Daily Compass is kardinaal Gerhard L. Müller, voormalig prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, heel duidelijk in zijn oordeel over wat er in Italië en in veel andere landen gebeurt.

Eminentie, voor veel gelovigen heeft het lijden vanwege de ziekte nog extra lijden betekend door het verbod om de mis en begrafenissen bij te wonen; erger nog, ze zien dat het gerechtvaardigd wordt door de kerkelijke hiërarchie.

Dit is zeer ernstig, het is de secularistische gedachte die de weg naar de Kerk heeft gevonden. Het is één ding om voorzorgsmaatregelen te nemen om de risico’s van besmetting te minimaliseren, het is iets anders om de liturgie te verbieden. De Kerk is niet afhankelijk van de staat en geen enkele bisschop heeft het recht om de eucharistie op deze manier te verbieden. Bovendien zijn we er getuige van dat priesters door hun bisschoppen worden gestraft voor het opdragen van de mis voor slechts enkele personen, wat betekent dat de bisschoppen zich als een soort staatsfunctionarissen beschouwen. Maar onze hoogste Herder is Jezus Christus, niet Giuseppe Conte of enig ander staatshoofd. De staat heeft zijn taak, maar de kerk heeft haar eigen taak.

Het lijkt erop dat velen het moeilijk vinden om hun plicht tegenover de staat te verzoenen met de noodzaak van publieke eredienst aan God.

We moeten ook in het openbaar bidden omdat we weten dat alles van God afhangt. God is de universele oorzaak, dan is er de secundaire oorzaak die via onze vrijheid gaat. Wij, eindige schepsels, weten niet hoeveel van wat er gebeurt afhangt van de causaliteit van God en hoeveel van onszelf: dat is het punt van het gebed. We moeten tot God bidden om de beproevingen van ons persoonlijk en sociaal leven te overwinnen, maar zonder de transcendentale dimensie te vergeten, de visie op het eeuwige leven en de intieme vereniging met God en met Jezus Christus, zelfs in ons lijden. We zijn geroepen om elke dag ons kruis op onze schouders te nemen, maar we moeten ook aan de gelovigen hun lijden uitleggen volgens de criteria van het Evangelie. Het verbieden van deelname aan de liturgie gaat de andere kant op. Het nemen van bepaalde externe maatregelen is de taak van de staat, onze taak is het verdedigen van de vrijheid en de onafhankelijkheid van de Kerk; en de superioriteit van de Kerk in geestelijke zaken. Wij zijn geen instantie die ondergeschikt is aan de staat.

Er zijn veel mensen, onder wie priesters en bisschoppen, die beseffen dat er een groot risico bestaat op misverstanden over de betekenis van de liturgie door de wildgroei van missen op tv en streaming.

Deze vormen kunnen niet worden beschouwd als een vervanging van de mis. Natuurlijk kunt u, als u in de gevangenis zit of in een concentratiekamp of andere uitzonderlijke omstandigheden, geestelijk deelnemen aan de eucharistieviering, maar het is geen normale situatie. God heeft ons met lichaam en ziel geschapen. God heeft zijn volk door de geschiedenis heen begeleid, Hij heeft hen bevrijd uit de slavernij in Egypte, Hij heeft geen virtuele bevrijding bewerkt. Jezus, Zoon van God, is vlees geworden; wij geloven in de opstanding van het vlees. Daarom is fysieke aanwezigheid absoluut noodzakelijk voor ons. Voor ons, niet voor God. God heeft de sacramenten niet nodig, wij hebben ze nodig. God heeft de sacramenten voor ons ingesteld. Het huwelijk werkt niet alleen geestelijk, er is behoefte aan de vereniging van lichaam en ziel. We zijn geen Platonische idealisten; we kunnen de mis niet vanuit huis volgen, behalve in bijzondere omstandigheden. Nee, we moeten naar de kerk gaan, anderen ontmoeten, het Woord van God overbrengen. De hele woordenschat van de kerk geeft ook deze behoefte aan: heilige communie; communio (gemeenschap) betekent samenkomen; de Kerk is het volk van God dat samen wordt opgeroepen. De psalm zegt: “Hoe goed en mooi is het dat broeders samenleven”.

Er zijn theologen en bisschoppen volgens wie de eucharistieviering wordt overschat, dat de zondagsmis niet nodig is.

Er is ook een bisschop zoals Victor Fernandez, die er trots op is dat hij de ghostwriter van paus Franciscus is, die beweert dat de plicht om op zondag naar de mis te gaan een gebod is dat door de Kerk is ingevoerd. Het is opnieuw een voorbeeld van rampzalige theologische vorming. Het derde gebod heeft zijn basis in de goddelijke wet: het verplicht de Joden om de dag des Heren te heiligen. Voor ons christenen is het de dag van de verrijzenis. Het is ook een gebod dat Jezus ons heeft gegeven: “Doe dit tot gedachtenis aan mij”. En de heilige Paulus zegt: “Telkens wanneer gij dit brood eet en deze beker drinkt, verkondigt gij de dood van de Heer” (1 Kor 11, 26). Dit is de werkelijke en sacramentele tegenwoordigstelling van de verlossende dood van Jezus en van zijn opstanding. In de mis nemen we deel aan het paasmysterie. Het Tweede Vaticaans Concilie maakte dit duidelijk in het Sacrosanctum Concilium en Lumen Gentium (Nr. 11). Toch zijn er bisschoppen die zeggen dat sommige gelovigen te veel gehecht zijn aan de Eucharistie. Het is absurd. De Eucharistie is de enige ware aanbidding van God door Jezus Christus. Het is niet een van de vele vormen van de liturgie, maar alle vormen van de liturgie vinden de reden van hun bestaan in de Eucharistie. Alles krijgt kracht en consistentie vanuit de Eucharistie.

Ziet u ook de uiting van een duidelijke aanval op de Eucharistie, het hart van de Kerk?

Ja. Denk maar aan degenen die voor en tijdens de Amazonesynode met klem zeiden dat de inheemse volkeren de Eucharistie absoluut nodig hadden en dat het daarom noodzakelijk was om gehuwde mannen tot priester te wijden. Nu beweren dezelfde mensen schaamteloos het tegenovergestelde, namelijk dat we de Eucharistie niet nodig hebben. Zij redeneren als protestanten en negeren dat het centrale punt van de controverse sinds het begin van de protestantse reformatie de Eucharistie is. En nu zijn er bisschoppen die zich katholiek noemen en de centrale waarde van de Eucharistie niet begrijpen. Het is een echt schandaal: dit zijn degenen die rigide zijn, de echte klerikalisten, niet degenen die het woord van Jezus en de leer van de Kerk serieus nemen. Het is een perverse manier van denken. En dit “moderne” katholicisme is een zelfdestructieve ideologie. Vooral in Italië is er behoefte aan bisschoppen van het kaliber van de heilige Carolus Borromeüs, en wie in de Curie zit moet kardinaal Robertus Bellarminus als voorbeeld nemen.

In de afgelopen maanden hebben we bisschoppelijke leiders vaak horen zeggen dat het in de eerste plaats de plicht is om de gezondheid te beschermen.

Dit is een burgerlijke, geseculariseerde kerk, niet een Kerk die leeft van het Woord van Jezus Christus. Jezus zei: “Zoek eerst het Koninkrijk van God.” Wat is het leven, alle goederen van de wereld inclusief gezondheid waard, als je je ziel verliest? Deze crisis heeft aangetoond dat veel van onze herders denken zoals de wereld, ze zien zichzelf meer als functionarissen van een sociaal religieus systeem dan als herders van een Kerk die een intieme gemeenschap met God en met iedereen is. We moeten altijd het geloof en de rede combineren. We zijn natuurlijk geen fideïsten, we zijn niet zoals die christelijke sektes die zeggen dat we geen medicijnen nodig hebben, dat we ons alleen aan God moeten toevertrouwen. In plaats daarvan is je toevertrouwen aan God niet in tegenspraak met de waardering van alles wat de moderne geneeskunde te bieden heeft. Maar de moderne geneeskunde komt niet in de plaats van het gebed: het zijn twee dimensies die niet gescheiden mogen worden, maar ook niet over elkaar heen gelegd.

Er is door sommigen gezegd, als een manier om de opschorting van openbare missen te rechtvaardigen, dat als we anderen besmetten, we verantwoordelijk zijn voor hun uiteindelijke dood.

Dokters lopen ook dit risico, er is een risico in elke menselijke activiteit. Het is natuurlijk zo dat we moeten oppassen dat we het leven en de gezondheid van anderen niet in gevaar brengen, maar dit is niet de hoogste waarde. Helaas heeft deze situatie ons laten zien dat veel goede priesters en bisschoppen de theologische basis missen om over deze situatie na te denken en een oordeel te vellen dat in overeenstemming is met het Evangelie en de leer van de Kerk.

Misschien komt het daardoor dat veel bisschoppen het verzoek van de Italiaanse gelovigen om een acte van toewijding aan het Onbevlekt Hart van Maria hebben afgewezen. Dat werd dan in het Italiaanse geval een acte van opdracht en werd uiteindelijk op een nalatige en onzorgvuldige manier uitgevoerd.

Er is een onderschatting van het bovennatuurlijke aspect. We worden ondergedompeld in de naturalistische opvatting die voortkomt uit de Verlichting. De Kerk, de genade, de sacramenten kunnen niet verklaard worden volgens de natuurlijke dimensie. Het hart van onze christelijke religie is de transcendente God die immanent wordt in ons leven. Hij is Christus, ware mens en ware God door de Menswording.

Het is bijna alsof we berusten in het volgen van een wereld die alleen in natuurlijke termen redeneert, en dat noemen we dan realisme.

Het is de ideologie van het pragmatisme. Vandaag de dag heerst in de Kerk bijvoorbeeld het idee dat er behoefte is aan bisschoppen die alleen maar herders zijn, dat wil zeggen, pragmatisch. Maar de bisschop is dienaar van het Woord, hij moet nadenken over het Woord. De heilige Paulus en de heilige Petrus waren geen dwazen, de kerkvaders waren niet alleen pragmatisch, ze dachten ook na over het christelijk geloof en de implicaties daarvan. Een goede geloofsleraar moet een situatie als de huidige kunnen verklaren vanuit het geloof, in bovennatuurlijke zin, en niet met naturalisme. Nogmaals, de twee dimensies moeten bij elkaar worden gehouden: we kunnen het menselijk bestaan niet herleiden tot louter de natuur en tegelijkertijd niet eens denken – zoals marxisten beweren – dat het christendom zich alleen bezighoudt met het hiernamaals. In Jezus Christus hebben we de eenheid tussen het hiernamaals en de immanentie van het leven. Een goed christen zou moeten weten hoe hij een uitstekende arts en wetenschapper moet zijn, maar dit is niet in tegenspraak met het vertrouwen in God. Er is integratie tussen geloof en rede, tussen vertrouwen in God en competentie van de natuurwetenschappen.

Terug naar het overzicht