Preek bij de Doop van de Heer

Zondag 10 januari 2021
14-01-2021

Preek bij de Doop van de Heer 10 Januari door pastoor Kerssemakers.


Nu we het over de doop van Jezus hebben is het misschien goed om eens stil te staan bij wat het betekent: dopen. Om te beginnen iets over de doop van Jezus. Dacht u dat Jezus nog gedoopt moest worden? Als u ja zegt dan hebt u geen idee wie Hij is. Hier, aan de oever van de rivier de Jordaan, staat de Zoon van God, waarvan Johannes, die staat te dopen, zegt: “Ik ben het niet waard om de riem van zijn sandalen vast te maken”. Jezus is niet een heiden, een ongedoopte die verlost moet worden van de erfzonde. Natuurlijk moet Jezus niet gedoopt worden! Hij is immers God zelf! Ondanks protest van Johannes moet hij zijn Heer dopen. Waarom? Omdat dan meteen duidelijk wordt wie Jezus is: ‘Dit is mijn Zoon van wie ik ontzettend veel houd, luister naar Hem’. Het is de Vader in de hemel die aangeeft dat hier Zijn Belofte staat: de Redder, de Verlosser. Aangegeven door het neerdalen van de h. Geest in het teken van de duif. Vanaf hier begint Jezus zijn openbare leven. De doop in de Jordaan is een van de drie openbaringen van Jezus. Met het bezoek van de drie wijzen uit het Oosten, ( 3 Koningen) en het wonder van Cana, waar Jezus water in wijn veranderde behoort de doop tot het begin van de kennismaking van de wereld met de Blijde Boodschap. Nu kunnen we zeggen: “Het Koninkrijk van God is midden onder u”. 

Ouders die nu met hun kindje komen om het te laten dopen, weten die dit allemaal? Nee helaas niet. Ze hebben geen notie. Ook u moest weer even diep nadenken wat het ook weer betekent. We weten het niet omdat er al meer dan bijna 50 jaar er geen katholiek onderwijs meer gegeven wordt op de scholen. Geen systematisch onderricht in het katholieke geloof. Meer dan 2 generaties lang hebben we in Nederland al geen katholieke scholen meer en weten we dus ook van niets. Catechese wordt er niet meer gegeven en zelden biedt een parochie nog wat catechese aan, waar dan met alle respect ook alleen maar parochianen van 75 plus op af komen; zij die nog systematisch catechetisch onderricht hebben gehad. Deels valt dus de jonge ouders niets te verwijten. Wie we er wel op mogen aankijken zijn de bisschoppen van Nederland op de eerste plaats. Die van toen, 50 jaar geleden en die van nu, als verantwoordelijken en de pastoors die ook een verantwoordelijkheid dragen. Waar de ene pastoor meer moeite deed om nog iets op te bouwen tegen de heersende stroom in had de ander minder moeite om nog verder af te breken wat al grotendeels verloren was: ‘Je hoeft niet naar de kerk, thuis kun je ook bidden. Je komt in de hemel als je maar goed bent. We zijn allemaal kinderen van God en zonde en biechten is ouderwets. Je doet hooguit iets fout en dat zal de goede God je niet aanrekenen bij de hemelpoort’ Enz enz. ‘Allemaal grote onzin’, zou mijn voorganger gezegd hebben. En daar ben ik het eigenlijk wel mee eens.

Maar ook moet gezegd worden dat de nieuwe generatie voor hun kindje alleen de minimale, de aller, allerminste, moeite wil doen om iets van het geloof te leren of er naar te leven. Van alle ouders die hun kindje de afgelopen jaren hebben laten dopen zijn er precies twee die weleens ooit in de kerk komen. Van al die ouders leeft strikt genomen iedereen in zonde, want niemand behalve die twee, is voor de kerk getrouwd en in veel gevallen ook niet eens voor de wet. Bij het woord erfzonde, bij de doopvoorbereiding, schrikt iedereen wakker en begint te steigeren: “maar ons kindje kan nog niet eens lopen of praten: het heeft toch geen zonde gedaan”. Bidden doen we niet en kunnen we ook niet meer. Ze krijgen er nog geen Onze Vader of een Wees gegroet uit. Als we geluk hebben dan bidden de overgrootouders van de dopeling mee. De jonge ouders kunnen het ook niet helpen ze hebben het ook nooit geleerd. De geloofsbelijdenis is natuurlijk een groot mysterie voor hen en dat klopt ook nog, want dat is het ook. Laatst was een vader stom verbaasd toen ik hem vroeg te antwoorden op de vraag of hij geloofde in de Vader , de Zoon en de h. Geest. Hij keek hulpeloos om zich heen en stamelde iets wat op een bevestiging moest lijken. Wel bevestigde hij eerder met overtuiging dat ze hun kindje katholiek gingen opvoeden. Bij deze belevenissen en shows moeten de diaken, ik zelf en menig ander priester heel vriendelijk blijven en heel blij zijn met weer een nieuwe aanvraag voor een ‘doopje’.

Wat voor ons dan overblijft is te vertrouwen op de werking van de h. Geest, de genade van God die ons aller begrip en kennis te boven gaat. Maar eerlijk gezegd ben ik wel eens heel zwak als het over mijn geloof in de toekomst van de kerk gaat, want hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de eerste h. Communies, h. Vormsels, huwelijken (heb ik hier in deze kerk nog geen gehad), maar ook de bedieningen, ziekenzalvingen en de uitvaarten. In die zin vinden we het ook niet meer verantwoord om Communie uit te reiken bij een uitvaart. Corona is nu voor ons een gemakkelijk excuus om het achterwege te laten. De zondag erop kunnen de mensen naar de kerk komen en Eucharistie vieren met de parochiegemeenschap en ter Communie gaan als dat verantwoord is.

Naar aanleiding hiervan zijn we dan ook gestopt met de traditionele eerste Communie- en Vormsel voorbereiding. Ook de doopvoorbereiding gaan we aanpassen. We gaan een algemene catechese voorbereiding doen die begint met naar de kerk komen waarna er een ‘gezinscatechese’ volgt in het parochiecentrum. In verschillende leeftijdscategorieën en met enige regelmaat. Je bent klaar voor de Doop, de eerste Communie het Vormsel als je weet wie Jezus Christus is en hoe je Hem kunt leren kennen, waar Hij te vinden is, als je weet wat bidden is en je doet het ook ,als je weet waar jouw sacrament over gaat, als je dat op jouw niveau weet te vertellen en te praktiseren. Als je zover bent spreken we individueel af om het sacrament te ontvangen in een viering die ook speciaal voor jou is. 

Misschien denkt u waar beginnen ze aan? Waar begint de pastoor aan. dat Hij daar nog iets in ziet : al die moeite.Wij hebben geleerd, en gehoord en u ook, dat Jezus zijn Kerk niet in de steek zal laten, “Zie ik zal altijd met uw zijn tot aan de einden der tijden”, “en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen”. Gods genade werkt in ons gedoopten als we ons in overgave tot Hem wenden, zoals iedere ouder dat zal doen, mag ik hopen. En bidden en vertrouwen op de belofte dat wij, eenmaal gedoopt, kind van God zijn en dat Hij onvoorwaardelijk van ons houdt en de kracht zal geven die we nodig hebben om zijn Rijk mee op te bouwen. Mits we Hem met een oprecht hart en met overgave zoeken. Amen.

Pastoor Roland Kerssemakers 

Terug naar het overzicht