Even voorstellen: Hoi, ik ben Valerie

Valerie van Vliet
13-10-2021

U kent mij waarschijnlijk van de rubriek “In gesprek met de pastoor”. Maar binnenkort kent u mij waarschijnlijk nog ergens anders van. Al zo’n drie jaar schrijf ik met veel plezier voor het Parochieblad Willibrordus. Van mijn gedoopte, maar “ongelovige” vrienden krijg ik de meest interessante vragen over ons katholieke geloof. Deze vragen speel ik door aan de pastoor en hier kunnen wij vervolgens lange gesprekken over hebben. Mijn gezicht kent u waarschijnlijk van de lezingen in de kerk. Samen met mijn moeder verkondig ik al jaren wat er in de Bijbel staat in de Eerste en Tweede Lezing. Ook dit doe ik met plezier. Vanaf september mag ik nog meer betekenen voor onze mooie parochie. Maar eerst even iets over mij en mijn geloof.

Ongeveer 24 jaar geleden ben ik gedoopt. Het was in mijn tijd nog normaal dat de hele klas de Eerste Communie deed, dus vanzelfsprekend heb ik deze ook gedaan. Mijn moeder is vrij gelovig, dus deed ik ook mijn Vormsel. Maar een 11-jarige snapt vaak nog niet precies wat het geloof nou eigenlijk inhoudt. In ieder geval begreep ik dit niet. Dus voor mij begon mijn religieuze reis eigenlijk pas echt hierna.

 

Ik studeer journalistiek. Een paar jaar terug kregen we de opdracht om een korte presentatie te houden over een zelfgekozen onderwerp. Op het grote digitale scherm projecteerde ik een foto van een neushoorn, een tijger, een gorilla en mijzelf in de kerk. Vervolgens vroeg ik aan mijn klasgenoten wat de overeenkomst tussen deze vier wezens was. Het antwoord: we zijn alle vier bedreigde diersoorten. In 2015 was 17% van de jongeren officieel Rooms-katholiek. 6% hiervan ging minstens één keer per maand naar de kerk. Ik krijg dan ook regelmatig de vraag wat iemand van mijn leeftijd daar doet. Lang heb ik dat zelf ook niet precies geweten. Twijfelen over je geloof komt vaker voor. Diaken Pieter Raaijmakers had hier laatst nog een mooie preek over. Job en de apostel Thomas deden het ook. Zelfs de pastoor heeft me ooit verteld dat af en toe twijfelen goed is, zodat je kritisch blijft en bewust voor je geloof blijft gaan. Maar een aantal jaren terug overwoog ik om hier niet meer voor te gaan.

De Bijbel is een mooi geschrift met wijze verhalen erin, maar een boek dat zo oud is, kan onmogelijk altijd goed zijn doorgegeven. Zo dacht ik toen. Bovendien, met de moderne wetenschap lijkt alles wat het Christendom verkondigt onlogisch en onrealistisch. Ik had nooit een bewijs gezien, dus hoe kon ik blind op de christelijke leer vertrouwen? Toch bleef ik naar de kerk gaan. Ik bleef zelfs lector. Ik voelde me namelijk fijn bij de leer van het katholieke geloof en wilde er niet mee breken. Maar de worsteling van dit gevoel met het onlogische aspect ging niet weg. Tot ik anderhalf jaar geleden een minor “filosofie en ethiek” volgde. Eén van mijn leraren vertelde in verschillende lessen over het Christendom. Hoe het was ontstaan en hoe het in de tijden is veranderd. Horend hoe het geloof groot was geworden uit praktische overwegingen in de Romeinse tijd en hoe de Bijbel is doorgegeven, brokkelde mijn geloof alleen maar meer af. Toch bleek deze leraar sterk religieus. Ik stuurde hem een e-mail met de vraag hoe hij zo stellig bleef geloven terwijl hij zoveel feiten kende die met zijn geloof leken te botsen. Hij antwoordde onder andere: ‘Misschien zijn er in jouw familie ook verhalen van opa’s of oma’s die lang gestorven zijn, maar die als verhaal nog steeds worden doorverteld. Die verhalen leven, en daarin jouw verre voorouders.’ Het is niet altijd belangrijk of iets waar is of niet. Voor mij zijn de verhalen in de Bijbel waar en daarom zijn ze dat. Ik heb geen bewijs meer nodig, ik geloof. Ik weet niks zeker, ik geloof.

 

Dit vertel ik mijn vrienden wanneer ze vragen wat ik nog in de kerk doe. Wellicht zijn er nu lezers die eerder tijdens mijn verhaal dachten: ‘O jee, weer zo’n kortzichtige jongere die haar geloof laat vallen bij gebrek aan bewijs.’ Maar het geloof is volgens mij sowieso iets wat je de ene dag meer voelt dan de andere. Ik ben altijd dol op mijn vriend, maar op sommige dagen krijg ik meer kriebels in mijn buik als ik hem voor me zie koken dan de andere. U zal dat gevoel vast ook kennen. En uiteindelijk is de weg die we afleggen om bij ons uiteindelijke geloof te komen toch minstens zo belangrijk als de uitkomst?

 

Mijn tien jaar jongere zusje zou nu zeggen: ‘Begint ze weer filosofisch te praten.’ Dus ik zal to the point komen. Dit alles flitste door mijn hoofd toen de pastoor mij vroeg of ik in het kerkbestuur wilde komen. Ik heb niet veel tijd met mijn studie en werk en waarschijnlijk ben ik een van de jongste bestuursleden in Nederland, maar ik ben blij dat ik iets meer zal mogen doen voor een geloof dat ook veel voor mij doet op het moment. Voortaan zal ik dus tegen mijn vrienden kunnen zeggen dat ik niet alleen naar de kerk ga, maar dat ook nog eens in het bestuur zit. Gek voor iemand van mijn leeftijd? Misschien niet echt.

Valerie van Vliet

Terug naar het overzicht